Oplossen – Mengen – Conserveren

Laatst maakte ik in een online ‘gesprek’ een verspreking.
Omdat ik heel veel in het Engels lees en leer m.b.t. aromatherapie en mijn hoofd soms sneller gaat dan dat ik kan typen of praten, gebruikte ik gisteren een verkeerde term.

Het ging over het oplossen van etherische oliën, waarbij ik onterecht het woord ‘emulgator’ gebruikte. Maar een emulgator is geen oplosmiddel.
Graag leg ik hieronder in het kort een aantal termen uit met bijbehorende toepassingen.

Oplossen/Solubilize:
Je hebt producten die volledig oplossen in water (zout, suiker) en producten die niet oplossen in water, zoals etherische oliën. Als je etherische olie in water druppelt zie je de druppels op het water drijven. Of naar beneden zakken als het een zwaardere olie is. Maar het zal nooit oplossen in het water.
Als je bijvoorbeeld een DIY-recept wilt maken waarin etherische oliën en water gebruikt worden, zoals een Linnenspray, heb je iets nodig waardoor de etherische olie toch oplost in het water. Een oplosmiddel (solubilizer, Engels).
Een oplosmiddel zorgt er dus voor dat de niet-oplosbare vloeistof toch wordt opgelost in het eindproduct.
Een voorbeeld van een oplosmiddel is alcohol, zoals Ketonatus 96%.

Mengen/Emulsifie:
Een term die regelmatig verward wordt (en daar ging het gisteren bij mij ook mis) en gebruikt wordt ipv Solubilze is de term Emulsify (mengen van water en vet d.m.v. een Emulgator).
Als je een water-achtige stof (zoals hydrosolen) wilt mengen met een vet-achtige stof (zoals amandelolie, kokosolie) heb je een emulgator nodig. Als je zelf een crème wilt maken waarbij je bijvoorbeeld een hydrosol gebruikt i.c.m. amandelolie, dan zul je iets nodig hebben om deze 2 met elkaar te laten mengen.
Een emulgator heeft de eigenschap om aan de ene kant water aan te trekken en aan de andere kant vetten aan te trekken. Hierdoor worden water-achtige en vet-achtige stoffen naar elkaar toegetrokken zonder dat ze weer los van elkaar raken zoals je wel eens ziet in een dressing (olie en azijn). Een emulgator zorgt dus dat de twee niet in elkaar oplossen maar met elkaar vermengen en zo een mengsel (een emulsie) vormen.
Voorbeelden van een emulgator zijn Lecithine en Laureth-4 (Mulsifan). Voor een crème heb je een ander soort emulgator nodig dan voor bijvoorbeeld een badolie.

Conserveren:
Als je zelf verzorgingsproducten maakt heb je vaak ook een conserveringsmiddel nodig. Dit om te voorkomen dat er ongewenste bacteriën gaan groeien in je product. Als je iets maakt met enkel vetten, zoals een balsem of een bodybutter, dan zal dit door bijna 100% vetstoffen niet snel bederven. Maar als je zelf crèmes, lotions e.d. maakt waarbij je gebruik maakt van hydrosolen, water of kruidenthee is de kans op bederf vele malen groter omdat bacteriën water nodig hebben om te overleven.
Er wordt wel eens beweerd dat etherische oliën een conserveringsmiddel zijn, dit is echt niet het geval. Het zal misschien iets toevoegen aan de houdbaarheid, maar zeker niet voldoende om een product voor langere tijd houdbaar te maken. Ook vitamine E is op zichzelf niet voldoende als conserveringsmiddel. Het heeft wel een conserverende werking.
Voorbeelden van conserveringsmiddelen zijn alcohol, Rokonsal en Cosgard.

Zoals met alles: zoek goed uit wat je nodig hebt bij dat wat je wilt maken. Ga zorgvuldige en hygiënisch te werk en geniet van het zelf maken van je producten!

Dit schrijven is een korte uitleg, niet bedoeld als volledig of allesomvattend. Naast de genoemde producten zijn er zeker ook andere op de markt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *